
Lees de onderstaande tekst en bekijk de mindmap, dan weet je het effect van mindmappen.
Tekst: Vlinders
Hoe ziet een vlinder eruit?
Een vlinder is een insect. Aan zijn kop zitten twee voelsprieten. Aan zijn lijf zitten zes poten. Elke poot is lang en dun. Op zijn rug groeien vier grote vleugels. Een vlinder heeft een lange tong die hij kan uitrollen. Bij sommige vlinders ziet het mannetje er anders uit dan het vrouwtje. Bij andere vlinders zie je geen verschil.
Sommige vlinders hebben een felle kleur. Vogels schrikken daarvan en dat is maar goed ook, want anders eten ze de vlinders op. Vaak passen de kleuren van een vlinder bij de bloem waar een vlinder op gaat zitten. Dan valt hij minder op.
Verschillende soorten vlinders
Er zijn dagvlinders en nachtvlinders. Dagvlinders vliegen overdag en slapen als het nacht is. Nachtvlinders vliegen in de nacht en slapen als het dag is. Een nachtvlinder is vaak minder mooi gekleurd. De vleugels van een dagvlinder staan rechtop en die van een nachtvlinder liggen over elkaar.
Er zijn veel soorten vlinders. Bijvoorbeeld het koolwitje, de Atalanta, de dagpauwoog, het boomblauwtje, de kleine vos, de distelvlinder en de citroenvlinder. Zo zijn er nog veel meer. Er komen ongeveer drieënvijftig soorten dagvlinders voor in Nederland.
Voedsel
In elke bloem zit sap. Dat sap is zoet. Het heet nectar. De vlinder rolt zijn tong uit en zuigt de nectar op. In sommige bloemen zit veel nectar, Op die bloemen zitten vaak veel vlinders. In andere bloemen zit weinig nectar, Op die bloemen zie je minder vlinders.
Eitjes
Een vrouwtje legt de eitjes op het blad van een plant. Uit elk eitje komt een rups. Sommige rupsen eten graag kool of brandnetels. Elke vlinder weet wat haar rupsen graag eten. Ze legt haar eitjes op die plant. De rupsen eten van het blad. Als het op is, gaan ze naar een ander blad. Samen eten ze de hele plant kaal. Een rups groeit heel hard. Maar zijn vel groeit niet mee. Het barst open. Dat is niet erg want onder zijn vel heeft de rups een nieuw vel. Een rups krijgt vijf keer een nieuw vel. Dan is de rups groot. Als de rups zover is, maakt hij een draad. Met die draad maakt hij zich vast aan een plant. Dan vervelt hij voor de laatste keer. Het vel van de rups wordt hard en hij is nu een pop. Van binnen verandert de rups in een vlinder. De jonge vlinder knabbelt de pop open. Dan kruipt hij eruit. Zijn vleugels zijn nat en plat. Hij laat ze drogen in de zon. Dan pompt hij ze vol met bloed, zodat de vleugels groot en stevig worden. De vlinder kan dan vliegen.
Resulterende mindmap:
Pim is 14 jaar en zit op het VMBO. Zijn grote passie is Judo en leren kan hij wel maar het is allemaal zo veel. Hij weet niet waar hij moet beginnen, haalt alles door elkaar. En de tijdsplanning, hoelang moet je leren, hoe orden je, hoe plan je?
Allemaal woorden die Pim heeft gehoord , maar hoe doe je dit?
Tijdens een gesprek op school geeft de leraar aan dat hij de leerstof inzichtelijk en overzichterlijk moet maken, Een hulpmiddel hierbij is het werken met een Mindmap. Maar hoe maak je dat nu precies? Het internet staat vol met mooie tekeningen, woorden maar hoe begin je ?
Met deze vraag komt Pim bij mij. Hij neemt zijn studieboek mee en hij leert binnen anderhalf uur hoe hij een Mindmap moet maken.
Na anderhalf uur is zijn reactie: leuk om te doen, dat is overzichterlijk, duidelijk en nu snap ik hoe ik beter kan leren.
Ik merkte vooral dat hij inzicht kreeg in het feit wat hij moest leren. En hoe hij dit nu moest aanpakken. Een hoofdstuk hebben we samen gemaakt en daarna gaf hij aan dat hij het zelf ook ging doen. Pim heeft een Mindmap gemaakt op zijn manier, zodat hij er mee kan werken. (we zijn wel uitgegaan van de regels).